Posts tonen met het label marketing. Alle posts tonen
Posts tonen met het label marketing. Alle posts tonen

maandag 6 februari 2017

Marketing vs Inhoud

Vinden we het tegenwoordig belangrijker om instore communicatie te doen of vinden we het belangrijker om de burgers echt mediawijs te maken?

Marketing neemt de overhand in de bibliotheken. Is dat erg? Ja!

Steeds meer geld gaat op naar de marketingafdelingen van lokale bibliotheken. En wat doen ze eigenlijk? Doorpompen van landelijke programma's. Want ja, alles moet toch lokaal in elkaar passen.

Daarnaast wordt er 'innovatie' toegepast, terwijl 50km verderop hetzelfde ontwikkeld wordt of al is ontwikkeld. Het is toch gek dat de KB alles moet stroomlijnen op het gebied van 'innovatie'?

Stop daar gewoon mee. Kopieer alles wat er landelijk is, zet het in de bibliotheek, zet het op je website. En klaar. Verder niks meer doen.

Winkeltje spelen
Vandaag kwam ik ook nog eens de term instore communicatie tegen. Wat een bizarre term in de bibliotheekwereld. We zijn geen winkel. De afgelopen jaren is er genoeg voor winkeltje gespeeld. We zijn de leden en bezoekers klanten gaan noemen. Klanten. Alsof we iets verkopen.

Er zijn nog steeds mensen die de term klanten gebruiken. Als je hen uitlegt dat dat te commercieel is, en dat er mooiere termen zijn voor burgers in de bibliotheek, dan draaien ze wel bij. Gelukkig.

Als je de bibliotheek inricht met de landelijke programma's, kun je meer investeren in de inhoud. Dan kunnen we het eindelijk hebben waar het over gaat.

Meer inhoud
De IFLA heeft de bovenstaande poster ontwikkeld, waarbij rechtsonder verwezen wordt naar de bibliotheek. Maar welke bibliothecaris kan tegenwoordig antwoord geven of iets wel of niet echt is?

Zoals gezegd zijn we zo commercieel gaan denken, dat we vergeten zijn waar het echt over gaat. Ik moet er wel bij zeggen dat er ook landelijk soms dingen gecommuniceerd worden, die de feiten verdraaien.

Mijn oproep aan de bibliotheken is om eerlijk te zijn. Minder marketing (ook minder overlappende marketing), maar juist meer inhoud. Investeer in de kennis van de medewerkers op de werkvloer.

Dan niet eens alleen hoe je mensen (wel en juist niet) moet helpen met de belastingen.

En dan heb ik het nog niet eens over de vrijwilligers, die waarschijnlijk niet eens nepnieuws kunnen onderscheiden van echt nieuws. En de commerciële nieuws-/marketingberichten.

Een goede stap kwam van VOB, door te wijzen op de IFLA-poster. Maar er kan nog meer gebeuren.

Serieus
Vandaag (6 februari 2017) was er een hele bash op een lokaal bibliotheekaccount door een Rotterdamse dichter. Aan het eind van de dag was de tweet rant verwijderd. Jammer, want het was wel terecht.

Het laat wel zien dat mensen de bibliotheekaccounts niet meer serieus nemen. En dat is terecht. Bibliotheken zijn geen marketingmachines.

Het lijkt wel die kant op te gaan. We moeten alleen maar zenden hoe goed we zijn, welke leuke fitbloggers, foodies, welke vloggers in de bibliotheek komen.

Wees
Ga de interactie aan, lokaal! Laat zien waar de bibliotheek echt voor staat. Het staat immers in de WSOB:
Artikel 4:
Een openbare bibliotheekvoorziening heeft een publieke taak die zij voor het algemene publiek vervult op basis van de waarden onafhankelijkheid, betrouwbaarheid, toegankelijkheid, pluriformiteit en authenticiteit.
Wees betrouwbaar, wees onafhankelijk, wees toegankelijk, wees er voor alles en wees authentiek. Wees echt.
Artikel 5:
a. ter beschikking stellen van kennis en informatie;
b. bieden van mogelijkheden tot ontwikkeling en educatie;
c. bevorderen van lezen en het laten kennismaken met literatuur;
d. organiseren van ontmoeting en debat; en
e. laten kennis maken met kunst en cultuur.
Op basis van de waarden, gebruik de functies van de bibliotheek.

Nog een advies voor je werk als bibliothecaris. Doe de volgende dingen:
1. Check de bron
2. Lees verder
3. Check de auteur
4. Gebruikte bronnen?
5. Check de datum
6. Is het een grap?
7. Check vooroordeel
8. Vraag de experts

dinsdag 15 september 2015

Mooie cijfers #Vakantiebieb?

Vandaag maakte de KB weer mooie cijfers bekend over de Vakantiebieb. Maar er valt wel iets over te zeggen.

Ten eerste, de afsluitende alinea. Waarom moet de advertentiewaarde benoemd worden? Wie hebben iets aan die informatie? Alleen marketeers toch? De marketeers van de producenten en contentleveranciers.

Er zullen bibliotheken zijn die deze informatie klakkeloos overnemen, zonder na te denken wat het echt betekent. Zonde. Wat betekent het? Dat de bibliotheken landelijk heel veel uren erin hebben gestoken om de Vakantiebieb onder de aandacht te brengen bij de lokale pers en op hun websites. De werkelijke kosten zullen uiteraard veel hoger liggen. Dus heeft het succes? Ik weet het niet.

Daarnaast valt op dat er maar een kwart van de 2,2 miljoen gedownloade e-books is geopend. Gelezen kan dus zelfs nog minder zijn. 2,2 miljoen is natuurlijk veel, maar 505.000 e-books zijn daadwerkelijk geopend.

Is de boodschap online en offline wel goed? Je kunt beter vertellen waarom mensen de app moeten downloaden, niet wat het is. Natuurlijk zijn het e-books. Dat zijn saaie dingen. Het gaat om de inhoud. In zekere zin is de campagne voor de kinderen wel geslaagd, omdat daar verteld werd waarom kinderen door moesten lezen tijdens de vakantie. Maar dat kan ook heel goed met fysieke boeken.

Persoonlijk vind ik een kwart geopend van de gedownloade e-books een laag aantal. En dat kan veel beter. Misschien toch maar goed vertellen online en offline waarom de Vakantiebieb een goede app is.

Natuurlijk zal er her en der wel weer over mijn mening gepraat worden. Maar doe het dan ook persoonlijk met mij. Ik ben gemakkelijk te bereiken.

zondag 25 augustus 2013

Antilliaanse retail

Sommige mensen kunnen het vervelend vinden. Dat de verkoopster met je mee loopt en je dingen aanwijst en overal mee helpt.

In Nederland is het inmiddels gebruikelijk dat je met rust gelaten wordt als je een winkel bezoekt. Maar in Nederland is het doorgeslagen naar de andere kant. In Nederland word je bijna de winkel uitgekeken.

Het is dan geen wonder dat de retail in Nederland het moeilijk heeft. Wie komt er nog naar winkels waar je het gevoel hebt niet welkom te zijn?

Op Curacao is dat anders. Heel anders. Als je hier (ik ben er nu met vakantie) bent en je loopt een winkel in, dan staan er bij de ingang al een paar verkoopsters te wachten.

Eén van hen loopt met je mee en helpt je met vragen, met spullen pakken waar je zelf niet bij kunt en prijst andere dingen aan.

Alles draait om verkopen. Je hoeft niet te kopen, je kunt altijd zeggen dat je later terug komt. Meestal geloven ze dat wel.

Hoe dan ook, de klantvriendelijkheid gaat ver! Heel ver. Iets waar Nederlandse winkels van kunnen leren. Het salaris van de verkoopdames zal niet hoog zijn, maar ze doen er wel alles voor om de klant het naar de zin te maken.

In die zin moet je daar ook wel tegen kunnen. Tegen deze vergaande klantvriendelijkheid.

Echter zit er wel een keerzijde aan de Antilliaanse retail en dat is de snelheid. Je moet soms wel lang geduld hebben voordat de dames een passende schoen uit het magazijn gehaald hebben.

Desondanks zou ik echt adviseren om medewerkers van Nederlandse winkels stage te laten lopen op Curacao. Laat hen ervaren wat echte klantvriendelijkheid is naast de standaard "Hai" en "Hoi".

Hier worden mensen nog een goedemiddag gewenst: Bon tardi!

donderdag 13 juni 2013

De marketeer als bibliothecaris

Marketing en bibliotheken. Zijn die onlosmakelijk aan elkaar verbonden of kunnen we zonder elkaar? Vroeger was de bibliotheek (of leeszaal) een instituut. Mensen wisten de weg te vinden naar het gebouw met de boeken, de kranten en de tijdschriften.

Aandacht
Na verloop van tijd kregen de mensen meer vrije tijd, maar vooral ook andere mogelijkheden om in de vrije tijd te doen. De economische voorspoed was een groot goed en dit werd meer en meer gebruikt om de vrije tijd op te vullen.

Ooit had je één televisiezender, waarna er meerdere volgden. Daar kwamen later Nederland 3 bij, maar ook de commerciële zenders, RTL 4 t/m 8, SBS met nummer 6, Net 5 en Veronica. Je kreeg er zelfs een muziekzender bij, of zelfs twee. TMF en MTV. Daarnaast werd het radio luisteren ook een stuk gezelliger met alle nieuwe commerciële zenders.

Toen kwam internet tevoorschijn. Zoals vaker met nieuwe dingen, werd dit groot gebracht in Nederland door zogenaamd gratis te zijn. Je betaalde niet meer voor het abonnement, maar wel voor de telefoontikken. Met de opkomst van internet werden ook de computers steeds beter, zelfs laptops werden handzame apparaten. De aandacht van mensen verschoof.

Op internet was (en is van) alles te vinden, is het credo. Bijna alles natuurlijk. Veel zaken (lees: content) worden nog angstvallig achter betaalmuren gehouden. Maar dat deert de mensen niet. Entertainment kun je er vinden. Allerlei informatie over bijna van alles. Nieuws vind je op het internet. Dus de tijd die daar wordt besteed is verloren tijd voor de bibliotheken.

Maar internet is direct omarmd door bibliotheken door dit aan te bieden, o.a. voor mensen die thuis geen internet hebben. Bij de opkomst van internet is er toen al een grote fout gemaakt door de bibliotheken niet goed in de markt te zetten. De bibliotheken waren en zijn toch de informatiewarenhuizen?

Hallo!
Hoe dan ook, door de terugval van het gebruik van bibliotheken is marketing ingetreden. De bibliotheken moeten weer vechten om de aandacht van de mensen.

"Hallo! We bestaan nog steeds hoor! We doen nu dit, dan en daar. En we deden toen dit en dat met die."

Marketing is tegenwoordig belangrijker geworden dan de bibliotheek zelf. Nieuwe medewerkers zijn vaak marketeers (community managers, consulenten, marcom medewerkers, PR & communicatie, medewerkers service management, etc.) die eigenlijk niks met het echte bibliotheekwerk te maken hebben.

Je mag hopen dat die nieuwe marketingmedewerkers de bibliotheek meer dan alleen een uitleenfabriek zien en verder kijken dan naar de boeken.

Vacatures zijn vooral gericht op de bovenstaande termen en het versterken van marketingteams.

Goedendag!
Daarnaast krijgen we als bibliotheken de ene na de andere marketingimpuls in de vorm van retail. We moeten ons voordoen als een boekhandel. En boekhandels weten zelf tegenwoordig niet hoe te handelen in deze (barre) tijden.

Afgelopen week sprak ik iemand die lid is van een retailbibliotheek. Ze kon niks meer vinden, ze snapte er niks van. Boeken die je misschien wel interessant vindt, blijven nu uit het zicht, zei ze. Boeken kunnen nu overal verdwijnen en niet meer teruggevonden worden. En ja dat laatste beaamde ik.

Ze is zelf iemand die marketing heeft gestudeerd en vroeg zich echt af wie dit bedacht had. Ik antwoordde: Marketingmensen. Ze voelde zich niet aangesproken tenminste.

Doe mee!
Maar het meest verontrust mij nog het feit dat mensen op kantoren minimaal het dubbele verdienen qua salaris dan de mensen die tussen de boeken staan.

Veel geld wordt besteed aan dergelijke stafmedewerkers, die de plannen bedenken, waarmee we als bibliotheek aan de gang moeten.

In theorie kan er heel veel kloppen en kunnen er mooie cijfers behaald worden op Facebook, op Twitter en tijdens evenementen en ook in de bibliotheken zelf. Uitleencijfers met de andere cijfers zijn de zoethoudertjes van de bibliotheken. De praktijk van bedachte marketingtools kan anders uitpakken.

Maar waar het echt om gaat, de persoonlijke (en fysieke) aandacht in de bibliotheek wordt steeds minder belangrijk. Tenminste zo lijkt het. We moeten het vanuit een kantoor, ver weg van de werkelijkheid, allemaal gaan regelen. Regelen zodat alles in kannen en kruiken is. Op papier. In theorie.

Ondertussen neemt de werkdruk van de echte bibliothecarissen toe, door nog meer werk in kortere tijd gedaan te krijgen. Tussen de vervelende mensen, waar je alleraardigst voor moet zijn. Voor de mensen die het digitale leven niet machtig zijn. Voor de boeken die je nog meer netjes moet houden. Voor de vragen, die je niet eens meer kunt beantwoorden doordat niks meer te vinden is.

Er wordt flink bezuinigd op de mensen op de werkvloer. Minder vestigingen, minder uren, minder personeel.

Oh wacht, we krijgen de digitale bibliotheek. We hebben de bibliothecaris niet meer nodig. Alleen nog de marketeer. Probleem opgelost.

Nu even zonder gekheid. Wil je als marketingmedewerker echt weten wat wij bibliothecarissen doen, loop dan geregeld mee met je collega's. Dan niet eenmaal per jaar, maar regelmatig een dienst. Kijk mee, doe mee.

In Amerika heten marketingmedewerkers niet voor niets librarians. Bibliothecarissen werken hard mee met de marketingactiviteiten. En vooral het belangrijkste: Iedereen is daar gelijk en dat zou hier in Nederland ook moeten.

We kunnen als bibliotheken niet meer zonder marketing om de doelgroepen te bereiken, maar we kunnen ook doorslaan in het marketinggebeuren, waardoor dingen averechts werken.

maandag 28 januari 2013

Van woorden naar beelden

Bibliotheken zijn pakhuizen vol woorden, maar ook beelden. In een groot gedeelte van de boeken staan afbeeldingen.

Sowieso prentenboeken zijn speciaal gemaakt op basis van afbeeldingen.

Maar de wereld verandert eveneens van woord naar beeld. Websites als Youtube, Instagram groeien nog steeds.

Marketing richt zich ook tegenwoordig veel meer op beelden. Bewegend beeld of stilstaand beeld.

Het spreekwoord "Beeld zegt meer dan 1000 woorden" komt helemaal overeen in de bibliotheek. Want hoe anders en sneller en beter kun je laten zien wat je in huis hebt dan door middel van beeld?

Foto's en video's kunnen precies laten zien wat je in huis hebt.

Fotowebsites als Flickr, Instagram, EyeEm hebben de juiste tools en mogelijkheden om je schatten te laten zien op de manier die je zelf wilt. Sinds vorige week is daar ook de Vine App van Twitter bij gekomen als tussenvorm tussen een foto en een video.

Maar waarom zijn er dan nog steeds zoveel bibliotheken zonder een Instagram account?

Onwetendheid, onverschilligheid?

Wie kan het zeggen?

Ik ben zeker bereid om eens te gaan praten over de mogelijkheden voor een bibliotheek om Instagram te introduceren. Stuur eens een e-mail, zodat we kunnen zien wat er gedaan kan worden.

Foto: EyeEm / patrick23dingen

maandag 17 september 2012

Galopperende Amazon

Amazon komt in galop naar Nederland. De kogel is door de kerk. Voor de kerst kun je van alles kopen bij de internetreus. Of kan ik beter zeggen: Alles kopen!

Je kunt echt alles kopen bij Amazon. Dus de grootste concurrent Bol.com kan zijn borst natmaken. Maar dat hebben ze al gedaan in de afgelopen tijd.

Allereerst was er de (blijvende) actie met gratis verzendkosten als je meer dan zoveel geld besteedt in hun webwinkel. Amazon deed dat al langer, maar Bol maakte het hun eigen actie.

Daarnaast is er tegenwoordig de Reünie commercial van Bol.com op de televisie. Je kunt nu cosmetica, parfum etc kopen bij Bol. Dat kan ook al bij Amazon en bij andere (internationale) webshops als WOW HD.

Deze week heb ik dan toch ook maar even de Amazon webshop app gedownload. Gewoon om te zien hoe die werkt. Het werkt als een tierelier. Daarnaast als je wat zoekt in hun app, kun je ook een streepjescode  laten scannen en kijken of het voorradig is. En wat belangrijker is, je kunt zien hoeveel geld het kost. 

Ik heb ook een app van Bol.com gedownload en ik denk dat ze die app toch maar moeten herontwerpen om de Amazon app tegemoet te komen.

Amazon heeft hun eigen Kindle als ereader, maar de Kindle app is een stuk belangrijker! Je kunt met deze gratis app op alle tablets toch de Amazon ebooks lezen.

Mensen die nu een iPad of een Android tablet of smartphone hebben, kunnen vanaf dag 1 downloaden en lezen. Voorsprong! Bij Bol.com moet je de Aldiko app downloaden en is een stuk minder gebruiksvriendelijk.

Amazon hoeft alleen maar aanwezig te zijn en de tactieken van Apple te gebruiken met hun marketing. De pers schrijft erover. Het Journaal besteedt een item aan Amazon en de klanten komen vanzelf en ze blijven.

Nu pas gaat het e-booktijdperk echt van start.

En ja, dan moeten de bibliotheken wel heel snel achter de galopperende Amazon aan, willen ze niets verliezen. Maar wacht. Die komen met hun B-reader. Dus we kunnen mee.

vrijdag 7 september 2012

Retailervaringen

Ik heb nu twee weken vakantie. Even niet werken in de bibliotheek, maar vooral de ogen open houden en op de hoogte blijven van de ontwikkelingen.

Afgelopen woensdag waren we al vroeg in de stad Groningen om nog wat klusdingen op te halen. En dan is het ook even goed om bij de Ikea te kijken. Heerlijk die marketing van Ikea. Je wordt van alle kanten verleid om spullen te kopen en je in te schrijven als Familykaarthouder.

Heerlijk is het ook om er doorheen te prikken. Maar ook handig op een drukke klus- en regeldag is goedkoop en goed te eten. Het restaurant is al een uur eerder open dan de eigenlijke winkel. En op een doordeweekse woensdag is het dan al druk! Ik wist dat het druk kan zijn in de vakantie en op zaterdagen en koopzondagen.

Dus op weg naar het restaurant, maar al 20 minuten van tevoren staan de eerste klanten al te wachten. Alsof de winkel leeggekocht is als de mensen te laat zijn. Hoe vreemd is dat dan. Waar ligt de magie van Ikea?

Wat is de aantrekkingskracht van Ikea dat mensen al minimaal 20 minuten van tevoren voor de afrastering (zo kun je de koordjes wel noemen) staan te wachten?

Kunnen we daar ook wat van leren als bibliotheken?

Ik benoemde dit ook in de Branch "Wat is eigenlijk de grootste concurrent van de bibliotheek" in een opmerking deze week. Je kunt op dit moment ervaringen bieden aan de bezoekers van bibliotheken. Maar het is ook belangrijk om een goede basispositie te genereren om de klanten te behouden.

Gelukkig was Erna Winters het met me eens en benoemde precies wat er dan gedaan moet worden. Retail is dan ook een middel. Geen doel op zich natuurlijk. Maar maak er een allround ervaring van het bezoek aan een bibliotheek. Offline en online, maar ook als cross-over. Betrek alle aspecten van de bibliotheek in één 360-graden ervaring.

Maar of het zo ver gaat komen, is een heel ander verhaal met de eeuwige overlegcultuur en de drang tot uitstellen in de bibliotheken.

dinsdag 21 augustus 2012

Marketing tot in de puntjes

N.a.v. meerdere tweets van vandaag en de plannen voor de bibliotheken in Nederland blijkt maar weer dat je tegenwoordig moeilijk kunt plannen.

Marketing heeft de afgelopen jaren intrede gedaan in het bibliotheeklandschap. Waar je vroeger lokaal bezig was voor de leden van de plaatselijke bibliotheek, kwamen later de commissies en propaganda-organisaties om het boek te promoten.

Inmiddels door mijn Scoop.it topic "Bibliotheken en uitgevers", ben ik erachter gekomen dat boeken niet gepromoot hoeven te worden. In de jaren '70 en '80 kwamen de mensen al automatisch naar de bibliotheek, omdat kopen gewoonweg te duur was. De promotie voor de bibliotheken kwamen door de uitgevers zelf, die de boeken duur maakten. Daarna werden de bibliotheken duurder, waardoor dit weer afnam.

Hoe dan ook, er moest marketing in de bibliotheken komen. De uitleencijfers daalden, de ledenaantallen daalden. Er moest wat gedaan worden.

Dus nu wordt er alles gepland. Tot in de puntjes. Het moet zo en zoveel kosten, niet meer. Het mag alleen tussen dan en dan. Niet langer!

Er wordt dan wel lokaal, of meer regionaal, gepromoot, maar er komen ook landelijke promoties. Promoties in de verschillende vormen, zoals retail: Groninger model, Overijssels model. Maar ook Bibliotheek.nl wordt landelijk gepromoot. Alles komt in dezelfde 'huisstijl', maar regionale/lokale wijzigingen zijn mogelijk.

Maar alles moet minimaal een half jaar voor 1 januari gepland staan. Dat is echter onmogelijk. De veranderingen in het werkveld gaan tegenwoordig zo snel. Anderhalf jaar geleden was Twitter nog lang niet zo groot en ingrijpend als het nu is. Spotify was ook nog niet zo ingeburgerd.

Smsten mensen vorig jaar nog veel, tegenwoordig appt iedereen met een smartphone. Dus de bibliotheek kan er ook een inbreng in nemen. Wees waar de klanten zijn. Maar plan het niet, want je kunt het niet plannen.

Echter kwam ik laatst een tweet tegen van een marketeer van een bibliotheek die sprak over een artikel reserveren in de online catalogus. Als je het hebt over artikelen in plaats van titels, dan zit die persoon wel op de verkeerde plek.

Dat is dan lokaal, maar landelijk worden eigenlijk ook door het SIOB en de VOB marketing bedreven. Bijvoorbeeld wil de VOB met een e-reader (b-reader) komen voor de klanten. Dat is toch wel de P van product. Verder worden die plannen ook ver van te voren ingetekend. Hoe kun je nu weten wat er over anderhalf jaar gebeurt, laat staan over vier jaar.

Daarnaast lees je dan een 'onderzoek' van OCLC dat maar 12 procent van de bibliothecarissen. Daar wordt dan ook stellig op gereageerd, maar het is pure marketing. Onderzoekjes zijn een marketingmiddel, al een hele oude.

Marketing en de bibliotheek. Als dat maar goed gaat. Ik heb het nog niet eens gehad over de kosten van marketing.

Ik bedoel: Haal de marketing(staf) eruit, lidmaatschappen goedkoper en de klanten komen vanzelf.