woensdag 6 april 2011

Iedereen een e-reader

E-readers worden de toekomst of zijn de toekomst. Ja, zolang je alleen woont of nooit je e-reader hoeft te delen met iemand. Of als je genoeg geld hebt om er meer te kopen.

Kinderen groeien op met computers tegenwoordig. Op school, in de bibliotheek en thuis. En toch heeft niet elk kind een eigen computer. Deze moeten ze delen met vader, moeder en broertjes en zusjes.

Toch is de e-reader de toekomst? Niet voor die kinderen die een computer moeten delen of die niet eens een computer hebben.

Een simpele rekensom. Een gemiddelde e-reader kost € 250. NB tablets zijn nóg duurder.

Vader en moeder hebben elk een e-reader en hebben drie kinderen, die elk een e-reader willen. Dat maakt dus: 5 x € 250 = € 1250.

Gemiddeld staan er op elke e-reader 4 e-books van 11 euro, maakt dus 4 x 5 x € 11 = € 220 aan e-books.

€ 1250 + € 220 = € 1470 aan kosten om gemiddeld 4 boeken per persoon te lezen.

Daarnaast komt het dat de boeken niet overdraagbaar zijn. Wil een kind het e-book van zijn broertje lezen, moet deze de e-reader van zijn broertje pakken, terwijl die net bezig is in Harry Potter.

Nu even naar de wereld van de fysieke boeken: Ieder lid van het gezin heeft eveneens 4 boeken in zijn bezit. Een gemiddeld boek kost € 20, dan is het gezin voor 4 x 5 x € 20 = € 400 voorzien van boeken.

Daarbij nemen we dan nog het lidmaatschap van de bibliotheek mee: Gemiddeld € 35 voor volwassenen, waarbij de ouders met één kaart 8 boeken kunnen lenen. Vader en moeder hebben dan ook gemiddeld 4 boeken tot hun beschikking.

De kinderen daarentegen zijn gratis (!) lid van de bibliotheek en kunnen zelf 8 boeken lenen. De drie kinderen kunnen dan in totaal 24 boeken, stripboeken, tijdschriften lenen. Een hele berg informatie voor de duur van 4 weken.

Die e-readers komen er wel, in goed gestelde families of met een goede subsidie van de overheden. Tot die tijd blijven de fysieke bibliotheken nog zeker wel bestaan.