donderdag 13 juni 2013

De marketeer als bibliothecaris

Marketing en bibliotheken. Zijn die onlosmakelijk aan elkaar verbonden of kunnen we zonder elkaar? Vroeger was de bibliotheek (of leeszaal) een instituut. Mensen wisten de weg te vinden naar het gebouw met de boeken, de kranten en de tijdschriften.

Aandacht
Na verloop van tijd kregen de mensen meer vrije tijd, maar vooral ook andere mogelijkheden om in de vrije tijd te doen. De economische voorspoed was een groot goed en dit werd meer en meer gebruikt om de vrije tijd op te vullen.

Ooit had je één televisiezender, waarna er meerdere volgden. Daar kwamen later Nederland 3 bij, maar ook de commerciële zenders, RTL 4 t/m 8, SBS met nummer 6, Net 5 en Veronica. Je kreeg er zelfs een muziekzender bij, of zelfs twee. TMF en MTV. Daarnaast werd het radio luisteren ook een stuk gezelliger met alle nieuwe commerciële zenders.

Toen kwam internet tevoorschijn. Zoals vaker met nieuwe dingen, werd dit groot gebracht in Nederland door zogenaamd gratis te zijn. Je betaalde niet meer voor het abonnement, maar wel voor de telefoontikken. Met de opkomst van internet werden ook de computers steeds beter, zelfs laptops werden handzame apparaten. De aandacht van mensen verschoof.

Op internet was (en is van) alles te vinden, is het credo. Bijna alles natuurlijk. Veel zaken (lees: content) worden nog angstvallig achter betaalmuren gehouden. Maar dat deert de mensen niet. Entertainment kun je er vinden. Allerlei informatie over bijna van alles. Nieuws vind je op het internet. Dus de tijd die daar wordt besteed is verloren tijd voor de bibliotheken.

Maar internet is direct omarmd door bibliotheken door dit aan te bieden, o.a. voor mensen die thuis geen internet hebben. Bij de opkomst van internet is er toen al een grote fout gemaakt door de bibliotheken niet goed in de markt te zetten. De bibliotheken waren en zijn toch de informatiewarenhuizen?

Hallo!
Hoe dan ook, door de terugval van het gebruik van bibliotheken is marketing ingetreden. De bibliotheken moeten weer vechten om de aandacht van de mensen.

"Hallo! We bestaan nog steeds hoor! We doen nu dit, dan en daar. En we deden toen dit en dat met die."

Marketing is tegenwoordig belangrijker geworden dan de bibliotheek zelf. Nieuwe medewerkers zijn vaak marketeers (community managers, consulenten, marcom medewerkers, PR & communicatie, medewerkers service management, etc.) die eigenlijk niks met het echte bibliotheekwerk te maken hebben.

Je mag hopen dat die nieuwe marketingmedewerkers de bibliotheek meer dan alleen een uitleenfabriek zien en verder kijken dan naar de boeken.

Vacatures zijn vooral gericht op de bovenstaande termen en het versterken van marketingteams.

Goedendag!
Daarnaast krijgen we als bibliotheken de ene na de andere marketingimpuls in de vorm van retail. We moeten ons voordoen als een boekhandel. En boekhandels weten zelf tegenwoordig niet hoe te handelen in deze (barre) tijden.

Afgelopen week sprak ik iemand die lid is van een retailbibliotheek. Ze kon niks meer vinden, ze snapte er niks van. Boeken die je misschien wel interessant vindt, blijven nu uit het zicht, zei ze. Boeken kunnen nu overal verdwijnen en niet meer teruggevonden worden. En ja dat laatste beaamde ik.

Ze is zelf iemand die marketing heeft gestudeerd en vroeg zich echt af wie dit bedacht had. Ik antwoordde: Marketingmensen. Ze voelde zich niet aangesproken tenminste.

Doe mee!
Maar het meest verontrust mij nog het feit dat mensen op kantoren minimaal het dubbele verdienen qua salaris dan de mensen die tussen de boeken staan.

Veel geld wordt besteed aan dergelijke stafmedewerkers, die de plannen bedenken, waarmee we als bibliotheek aan de gang moeten.

In theorie kan er heel veel kloppen en kunnen er mooie cijfers behaald worden op Facebook, op Twitter en tijdens evenementen en ook in de bibliotheken zelf. Uitleencijfers met de andere cijfers zijn de zoethoudertjes van de bibliotheken. De praktijk van bedachte marketingtools kan anders uitpakken.

Maar waar het echt om gaat, de persoonlijke (en fysieke) aandacht in de bibliotheek wordt steeds minder belangrijk. Tenminste zo lijkt het. We moeten het vanuit een kantoor, ver weg van de werkelijkheid, allemaal gaan regelen. Regelen zodat alles in kannen en kruiken is. Op papier. In theorie.

Ondertussen neemt de werkdruk van de echte bibliothecarissen toe, door nog meer werk in kortere tijd gedaan te krijgen. Tussen de vervelende mensen, waar je alleraardigst voor moet zijn. Voor de mensen die het digitale leven niet machtig zijn. Voor de boeken die je nog meer netjes moet houden. Voor de vragen, die je niet eens meer kunt beantwoorden doordat niks meer te vinden is.

Er wordt flink bezuinigd op de mensen op de werkvloer. Minder vestigingen, minder uren, minder personeel.

Oh wacht, we krijgen de digitale bibliotheek. We hebben de bibliothecaris niet meer nodig. Alleen nog de marketeer. Probleem opgelost.

Nu even zonder gekheid. Wil je als marketingmedewerker echt weten wat wij bibliothecarissen doen, loop dan geregeld mee met je collega's. Dan niet eenmaal per jaar, maar regelmatig een dienst. Kijk mee, doe mee.

In Amerika heten marketingmedewerkers niet voor niets librarians. Bibliothecarissen werken hard mee met de marketingactiviteiten. En vooral het belangrijkste: Iedereen is daar gelijk en dat zou hier in Nederland ook moeten.

We kunnen als bibliotheken niet meer zonder marketing om de doelgroepen te bereiken, maar we kunnen ook doorslaan in het marketinggebeuren, waardoor dingen averechts werken.